De Rechtbank Amsterdam heeft geoordeeld dat Rabobank het recht heeft de bankrekeningen van een uitzendbureau op te zeggen. Dit besluit volgt op een langlopend geschil waarin de bank haar zorgen uitte over de financiële praktijken en integriteit van het bedrijf.
Rabobank wilde de relatie beëindigen vanwege meerdere kwesties. Het uitzendbureau stond geregistreerd bij de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) wegens verduistering en fraude. Daarnaast constateerde de bank onjuistheden in de jaarrekening van 2020, waar een veel hoger saldo werd opgegeven dan werkelijk aanwezig was. Ook werden jaarrekeningen over latere jaren (2021-2023) structureel te laat gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel.
Verder stuitte het de bank tegen de borst dat zakelijke rekeningen werden gebruikt voor privé-uitgaven, in strijd met de algemene voorwaarden. De vele contante betalingen voor vakantiehuisjes voor uitzendkrachten wekten eveneens argwaan bij Rabobank.
Het uitzendbureau voerde aan dat het zonder deze rekeningen niet kon voortbestaan en had tevergeefs geprobeerd rekeningen te openen bij onder andere Bunq en ABN Amro. Een bestaande Revolut-rekening bleek ongeschikt voor essentiële zaken zoals automatische incasso’s.
De rechtbank vond de opzegging door Rabobank echter terecht. De onduidelijkheid rond de NVB-registratie en het niet oplossen daarvan, speelde hierbij een rol. Bovendien achtte de rechter het ongeloofwaardig dat het bedrijf geen boekhouder kon betalen, gezien aanzienlijke uitgaven zoals €16.731 aan een consultant in Dubai, ruim €34.000 aan privé-uitgaven voor de bestuurder in Mexico, en meer dan €22.000 voor VIP-bezoek aan Formule 1-races in Abu Dhabi met personeel. Deze uitgaven ondermijnden de bewering van geldgebrek volledig, wat de rechter voldoende aanleiding gaf om de opzegging te bekrachtigen.
